Oelermolen / Oldemeule

In Oele bevindt zich al sinds 1334 een watermolen. De molen staat bij de stuw die vroeger de grachten van de voormalige havezate Oldemeule op peil hield. De eerste eigenaren waren de graven van Bentheim die de molen, de ‘Ole Mole’, uitgaven als leengoed. De molen is daarna in handen gekomen van de adellijke families Van Bevervoorde (1334 – 1684) en Von Münchhausen (1684 – 1804). Na nog diverse keren van eigenaar te zijn gewisseld, kwam het in 1880 in handen van het huis Twickel. Vanaf 1971 tot 2003 was de molen in bezit van de gemeente Hengelo. Daarna is het weer overgedragen aan de stichting Twickel.

Het huidige molengebouw dateert uit 1690. De drost van Diepenheim, eigenaar van de havezate Oldemeule liet de molen in dat jaar herbouwen. Het gebouw is opgetrokken in vakwerk met gedeeltelijk bakstenen wanden en gedeeltelijk een planken bekleding.

Tot circa 1900 was de Oelermolen een dubbele molen: een korenmolen op de rechteroever en een oliemolen op de linker. Nu rest alleen nog de korenmolen.

De molen is een onderslagmolen, het water stroomt met kracht onder tegen de schoepen van het rad waardoor het gaat draaien. In droge tijden, vooral in de zomer, had de Oelerbeek regelmatig te weinig water om de molen draaiende te houden en daarom was aan de korenmolen een bovenslagrad als hulprad toegevoegd. Een dergelijk rad kan bij minder watertoevoer nog werken en daardoor kon het maalseizoen gerekt worden. Dit rad is niet meer aanwezig. Een dergelijke molen wordt ook wel een wintermolen genoemd.

Toen de gemeente Hengelo het in 1971 in bezit kreeg, is gestart met de restauratie en aan het einde van de zeventiger jaren was de molen weer maalvaardig.

  • Rad: 3,4 meter; traditioneel; onderslag
  • Wateras: hout
  • 1 koppel maalstenen