De oudste gegevens van De Mast dateren van halverwege de vijftiende eeuw, toen de bisschop van Utrecht de molen verpachtte aan Reynolt van Coevorden. Het verpondingsregister laat zien dat de molen rond 1600 toebehoorde aan het Huis te Ootmarsum. In 1811 werd Jan Mast de eigenaar. Met de intrede van de industrialisatie braken er voor de molens moeilijke tijden aan. Het rad kwam stil te staan.

De molen werd in 1942 aan de gemeente Tubbergen verkocht, maar er werd niet gemalen en bij molens geldt heel sterk: stilstand is achteruitgang, dus de molen raakte in verval. Begin jaren 1970 werd de molen daarom opnieuw onder handen genomen. Mede door de inzet van molenaar Jozef Koopman, vanaf 2011 bijgestaan door vrijwillige molenaars, is de molen nu weer in goede staat.
Watermolen De Mast is een bovenslagmolen, evenals de molens van Frans en Bels een eindje verderop richting Mander. Dit type aandrijving wordt vooral gebruikt bij beken met een zwakke stroming in een heuvelachtige omgeving. Het beekje wordt met een goot (kanjel) omgeleid zodat het water boven op het rad kon stromen om daarmee de (zwaarte)kracht van het water optimaal te benutten. Meestal werd er ook een stuwmeer aangelegd, de molenvijver. De molen molenvijver van De Mast ligt aan de andere kant van Denekamperweg. Het water stroomt onder de weg door.
